Woordenlijst · Investering

Woordenlijst Investering — de woordenschat in context

Rendement, cashflow, meerwaarde.

22 definities · 4 clusters
Overzicht per concept

4 semantische hubs · 22 verbonden termen

Elke cluster groepeert een centraal concept en de bijbehorende termen. Klik om te verkennen.

Overige termen
·
Bezettingsgraad
De bezettingsgraad is het percentage van de tijd dat een huurpand effectief door een huurder wordt bezet. Het is het omgekeerde van het leegstandspercentage.
·
Cashflow
De cashflow is het verschil tussen de inkomende en uitgaande geldstromen over een bepaalde periode. Bij vastgoedinvestering is het de essentiele indicator om te beoordelen of een goed zichzelf financiert of een spaarinspanning vereist.
·
Exclusief mandaat
Het exclusief mandaat is een contract waarbij een eigenaar de verkoop of verhuur van zijn goed toevertrouwt aan een enkele vastgoedmakelaar, voor een bepaalde duur, met uitsluiting van elke andere tussenpersoon.
·
Huurrisico
Het huurrisico omvat het geheel van risico's die de rendabiliteit van een huurinvestering kunnen beinvloeden: onbetaalde huur, leegstand, schade, marktontwikkeling en wetswijzigingen.
·
Nominaal rendement
Het nominaal rendement is het weergegeven of schijnbare rendement van een vastgoedinvestering, vaak berekend zonder de notariskosten noch de werken in de aankoopprijs op te nemen.
·
Opbrengstgebouw
Een opbrengstgebouw is een gebouw bestaande uit meerdere verhuurde wooneenheden, in eigendom van een enkele eigenaar. Het is de klassieke vorm van vastgoedinvestering in Belgie.
·
Vastgoedexpert
De vastgoedexpert is een erkend professional belast met het beoordelen van de waarde van een onroerend goed, het uitvoeren van technische diagnoses of het verstrekken van advies over vastgoedkwesties.
·
Venale waarde
De venale waarde is de prijs waartegen een onroerend goed redelijkerwijs zou kunnen worden verkocht op de vrije markt, op een bepaalde datum, tussen een bereidwillige en geinformeerde verkoper en koper.
·
Voorkooprecht
Het voorkooprecht is een wettelijk of contractueel recht dat de houder toelaat een onroerend goed bij voorrang te verwerven, onder dezelfde voorwaarden als die welke aan een derde koper worden aangeboden.

Niet te verwarren

Cashflow vs Huurcashflow
De cashflow is het verschil tussen de inkomende en uitgaande geldstromen over een bepaalde periode. / De huurcashflow is de netto kasstroom die maandelijks door een huurpand wordt gegenereerd.
Leegstand vs Leegstandspercentage
Leegstand is de periode waarin een huurpand onbewoond is tussen twee huurders. / Het leegstandspercentage is het percentage van de tijd dat een huurpand leegstaat over een bepaalde periode.
Nominaal rendement vs Brutorendement
Het nominaal rendement is het weergegeven of schijnbare rendement van een vastgoedinvestering, vaak berekend zonder de notariskosten noch de werken in de aankoopprijs op te nemen. / Het brutorendement is de verhouding tussen de bruto jaarlijkse huurinkomsten en de aankoopprijs van het goed, uitgedrukt in percentage.
Wist u dat

Deze woordenlijst bevat 22 definities

Elke term wordt uitgelegd in de Belgische juridische context, met de specifieke kenmerken van de 3 Gewesten (Brussel, Wallonie, Vlaanderen). De definities bevatten praktische voorbeelden en links naar referentieartikelen.

Gerelateerde bronnen

Het onderwerp verdiepen

Alle tools in een platform

Huurcontract genereren, betalingen opvolgen, digitale plaatsbeschrijving. 14 dagen gratis uitproberen.

Gratis uitproberen