In Belgie
Het resterend kapitaal is een sleutelindicator voor vastgoedinvesteerders. Het laat toe het netto vermogen te berekenen (waarde van het goed - resterend kapitaal) en de hypothecaire marge beschikbaar voor een nieuwe aankoop.
Bij een krediet met constante mensualiteiten (het meest courant in Belgie) evolueert de verdeling tussen kapitaal en intresten in de tijd: in het begin bestaan de aflossingen vooral uit intresten (resterend kapitaal daalt traag), op het einde vooral uit kapitaal (daalt snel).
Het resterend kapitaal staat op de aflossingstabel verstrekt door de bank bij de ondertekening van het krediet.
Voor een investeerder die een tweede goed wil kopen: hypothecaire marge = huidige waarde - resterend kapitaal. Als het goed 250 000 EUR waard is en het resterend kapitaal 120 000 EUR bedraagt, is de marge 130 000 EUR — potentieel bruikbaar als waarborg voor een nieuw krediet.
Concreet voorbeeld
Een krediet van 200 000 EUR aan 3,5 % over 25 jaar. Na 10 jaar: resterend kapitaal = 138 000 EUR. Het goed is nu 260 000 EUR waard. Netto vermogen: 260 000 - 138 000 = 122 000 EUR — grotendeels opgebouwd door de huurder (via de huur die het krediet aflost) en de marktmeerwaarde.