In Belgie
De genotstoornis is de keerzijde van het rustig genot. Elke situatie die de huurder verhindert normaal van het goed te genieten vormt een stoornis:
- Door de verhuurder: niet-toegestane bezoeken, overmatige werken, afsluiting van diensten, intimidatie
- Door derden: lawaaierige buren, naburige werf, milieuoverlast
- Door het goed zelf: verborgen gebreken, vocht, onbewoonbaarheid, defecte uitrusting
De huurder die het slachtoffer is van een stoornis kan:
- Een ingebrekestelling per aangetekend schrijven versturen
- De vrederechter vatten om de stoornis te laten vaststellen
- Een huurprijsvermindering evenredig met het nadeel verkrijgen
- Bij ernstige stoornissen de ontbinding van het contract ten laste van de verhuurder vragen
De verhuurder heeft de plicht op te treden als de stoornis afkomstig is van een andere huurder van het gebouw (mede-eigendom of opbrengstgebouw).
Concreet voorbeeld
De verhuurder laat de gevel van het gebouw renoveren gedurende 6 weken. De steigers blokkeren het licht en het lawaai is constant overdag. De huurder vraagt een vermindering van 20 % van de huurprijs tijdens de werken. De verhuurder aanvaardt: 850 EUR x 20 % x 1,5 maand = 255 EUR vermindering.