In Belgie
Het ontbindend beding stelt de verhuurder (of de huurder) in staat het huurcontract te beeindigen bij een ernstige tekortkoming: aanhoudende wanbetalingen, opzettelijke beschadigingen, niet-toegestane onderverhuring. In theorie is de ontbinding “automatisch” — in de praktijk behoudt de vrederechter een belangrijke controlebevoegdheid.
De rechter verifieert dat:
- De tekortkoming reeel en voldoende ernstig is
- De huurder vooraf in gebreke werd gesteld
- Een redelijke termijn werd toegekend om de tekortkoming te verhelpen
Bij woninghuur heeft de rechter de bevoegdheid om uitstel van betaling toe te kennen, zelfs bij een ontbindend beding.
Concreet voorbeeld
Een huurcontract voorziet een ontbindend beding bij niet-betaling van 2 opeenvolgende maanden huur. De huurder accumuleert 3 maanden huurachterstand. De verhuurder stuurt een ingebrekestelling, dagvaardt vervolgens voor de vrederechter. De rechter stelt de ernstige tekortkoming vast, spreekt de ontbinding uit en kent een termijn van 2 maanden toe om te vertrekken.