In Belgie

Het voorrecht van de verhuurder is een oud mechanisme van het Belgisch Burgerlijk Wetboek (artikel 20, 1 van de hypotheekwet) dat de verhuurder een voorrangsrecht verleent op de inboedel in het gehuurde goed. Bij huurachterstand wordt de verhuurder bij voorrang betaald uit de opbrengst van de verkoop van deze meubelen, voor de andere schuldeisers.

Het voorrecht dekt: onbetaalde huurprijzen, verschuldigde lasten, en vergoedingen voor huurschade. Het strekt zich enkel uit tot de inboedel effectief aanwezig in het goed op het moment van het beslag.

De verhuurder kan dit voorrecht niet op eigen initiatief uitoefenen (sloten veranderen, meubelen vasthouden). Hij moet een vonnis van de vrederechter verkrijgen en laten uitvoeren door een deurwaarder.

Bepaalde goederen zijn onbeslagbaar (bed, tafel, stoelen, kleding, beroepsgereedschap) en ontsnappen aan het voorrecht.

i
Opgelet
Het voorrecht verliest zijn nut als de huurder zijn meubelen verhuist voor het beslag. De verhuurder kan een bewarend beslag vragen om te verhinderen dat de huurder de woning leeghaalt.

Concreet voorbeeld

Een huurder accumuleert 4 maanden wanbetaling (3 000 EUR). De rechter veroordeelt tot betaling. De huurder betaalt niet. De deurwaarder gaat over tot een roerend beslag: de meubelen worden geinventariseerd. Het voorrecht van de verhuurder geeft hem voorrang op de opbrengst van de verkoop. Als de meubelen verkocht worden voor 1 500 EUR, wordt de verhuurder eerst betaald — de andere schuldeisers komen pas daarna.