In Belgie
Het groot onderhoud is uitsluitend ten laste van de verhuurder (artikel 1720 BW). De huurder kan nooit gevraagd worden deze werken te betalen, zelfs als een clausule in het huurcontract dit voorziet (nietige clausule voor woninghuur).
Het groot onderhoud omvat:
- Dak: herstelling, vernieuwing, waterdichting
- Gevel: gevelreiniging, isolatie langs buiten
- Verwarming: vervanging van ketel, centraal verwarmingssysteem
- Elektrische installatie: conformiteitswerken, vervanging van het bord
- Leidingen: vervanging van hoofdleidingen
- Structuur: herstelling van draagmuren, funderingen
Het nieuw Burgerlijk Wetboek (Boek 3, 2021) heeft de verdeling verduidelijkt: de grote herstellingen zijn ten laste van de blote eigenaar (of verhuurder), tenzij ze het gevolg zijn van een onderhoudsgebrek toe te schrijven aan de huurder (of vruchtgebruiker).
Concreet voorbeeld
De verwarmingsketel van een verhuurd appartement in Luik valt na 18 jaar definitief uit. De vervanging (condensatieketel) kost 5 500 EUR. Het is groot onderhoud: de verhuurder betaalt het volledige bedrag. De huurder was verantwoordelijk voor het jaarlijks onderhoud (klein onderhoud) — als hij dit had nagelaten en de panne daaruit voortvloeit, kan de verhuurder een deel van de kosten terugvorderen.