In Belgie
De huurprijsregulering in Belgie is een terugkerend onderwerp van politiek debat, maar de juridische realiteit blijft die van een soepel en indicatief systeem. In tegenstelling tot Parijs (strikt plafond) of Berlijn, legt Belgie geen wettelijk plafond op voor de initiele huurprijs van een privewoning.
De bestaande instrumenten:
- Het indicatief huurprijzengrid: niet-bindende referentievork (Brussel en Wallonie)
- De driejaarlijkse herziening: mogelijkheid om de huurprijs aan te passen aan de marktwaarde om de 3 jaar
- De indexering: jaarlijkse aanpassing aan de levensduurte, beperkt door de gezondheidsindex
- De sociale huisvesting: enige sector met werkelijk geplafonneerde huurprijzen
Het Belgisch principe is de contractvrijheid voor de vaststelling van de initiele huurprijs.
Concreet voorbeeld
Een eigenaar verhuurt een appartement in Brussel aan 850 EUR/maand sinds 6 jaar. De markt is geevolueerd en vergelijkbare goederen worden nu verhuurd aan 1 050 EUR. Hij kan de huurprijs niet zomaar verhogen tot 1 050 EUR. Zijn opties: driejaarlijkse herziening aanvragen (indien +20 % gerechtvaardigd), of wachten tot het einde van het huurcontract om 1 050 EUR te vragen aan de volgende huurder.
Aandachtspunten
Impact van het EPC. Het indexeringsverbod voor slecht geclasseerde goederen (EPC E, F, G) in Brussel is een indirecte vorm van regulering: het bevriest de huurprijs van energieverslindende woningen.