In Belgie
Precaire bewoning onderscheidt zich van het huurcontract door het ontbreken van een vast engagement over de duur. Ze is gerechtvaardigd door bijzondere omstandigheden die een klassiek huurcontract ongeschikt maken:
- Het goed is te koop en de eigenaar wil een bindend huurcontract vermijden
- Belangrijke werken zijn op korte termijn gepland
- Het goed is in afwachting van een rechterlijke beslissing (erfenis, onteigening)
- De eigenaar wil tijdelijk een dienst bewijzen (opvang van een naaste)
De precaire bewoner betaalt vaak geen huurprijs in de strikte zin, maar een bewonersvergoeding die laag is. Hij geniet geen van de beschermingen van de woninghuurovereenkomst: geen minimumduur, geen opzegtermijn van 3 maanden, geen recht op handhaving in het goed.
Concreet voorbeeld
Een eigenaar in Luik zet zijn appartement te koop. In afwachting van een koper stelt hij een vriend voor om het tijdelijk te bewonen tegen een vergoeding van 200 EUR/maand (ruim onder de marktprijs). De overeenkomst preciseert dat de bewoning eindigt zodra de verkoopcompromis is getekend, met een opzegtermijn van 15 dagen. De vriend domicilieert zich niet op dit adres.