In Belgie

De gemeentebelasting op onroerend goed is geen afzonderlijke belasting — ze is geintegreerd in de onroerende voorheffing onder de vorm van opcentiemen. De structuur: gewestelijke basis + provinciale opcentiemen + gemeentelijke opcentiemen.

De gemeentelijke opcentiemen vertegenwoordigen doorgaans het grootste deel van de totale OV (70-80 %). Ze varieren enorm van gemeente tot gemeente:

  • Goedkoopste gemeenten: ca. 1 500-2 000 opcentiemen (Wemmel, Lasne)
  • Gemiddelde gemeenten: 2 500-3 500 opcentiemen (Elsene, Namen)
  • Duurste gemeenten: 4 000-6 000+ opcentiemen (Sint-Joost, Farciennes)

Deze ongelijkheid heeft een rechtstreekse impact op het nettorendement: voor hetzelfde KI kan de OV van het enkelvoud tot het drievoud varieren per gemeente.

i
Goed om te weten
De gemeentelijke opcentiemen worden jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad. Ze kunnen van jaar tot jaar stijgen zonder raadpleging van de eigenaars. Controleer het tarief voor u investeert in een gemeente.

Concreet voorbeeld

Twee identieke appartementen (KI = 1 000 EUR) in twee Brusselse gemeenten:

  • Sint-Pieters-Woluwe (2 800 opcentiemen): totale OV = ca. 760 EUR/jaar
  • Sint-Joost (6 000 opcentiemen): totale OV = ca. 1 600 EUR/jaar

Jaarlijks verschil: 840 EUR — ofwel 70 EUR/maand minder rendement voor hetzelfde goed.