In Belgie
De onverdeeldheid is de eenvoudigste (en meest instabiele) vorm van gedeeld eigendom. Ze ontstaat typisch in twee situaties:
- Erfenis: de erfgenamen ontvangen een goed in onverdeeldheid (elk bezit een aandeel)
- Gezamenlijke aankoop: twee niet-gehuwde personen kopen samen een goed
Het fundamentele principe is dat van artikel 815 van het Burgerlijk Wetboek: niemand kan gedwongen worden in onverdeeldheid te blijven. Elke onverdeelde kan op elk moment de verdeling eisen (verkoop van het goed en verdeling van de opbrengst).
Dit is de voornaamste zwakte ten opzichte van de vastgoedvennootschap: een ontevreden onverdeelde kan de verkoop van het goed forceren, zelfs tegen de wil van de anderen.
Voor het huurbeheer bemoeilijkt de onverdeeldheid de zaken: beslissingen moeten unaniem genomen worden (behoudens overeenkomst van onverdeeldheid). Een huurcontract tekenen, werken aanvatten of huurprijzen innen vereist het akkoord van allen.
Concreet voorbeeld
Twee broers erven een appartement in Brussel. Ze verhuren het in onverdeeldheid (50/50). Na 3 jaar wil een van de broers verkopen om een persoonlijk project te financieren. De andere wil het goed behouden. De eerste kan de verkoop forceren via de rechtbank. In een vennootschap hadden de statuten een voorkooprecht voorzien, waardoor de gedwongen verkoop vermeden werd.