In Belgie
De hoofdelijke borgstelling is een juridisch mechanisme waarbij een derde (ouder, vriend, werkgever) zich ertoe verbindt de schulden van de huurder te betalen bij wanbetaling. Ze onderscheidt zich van de huurwaarborg (geblokkeerde rekening): het gaat niet om een gestort geldbedrag maar om een persoonlijke verbintenis.
Het “hoofdelijke” karakter betekent dat de verhuurder zich rechtstreeks tot de borg kan wenden om betaling te vorderen, zonder verplicht eerst de huurder te vervolgen.
De hoofdelijke borgstelling valt niet onder de gewestelijke huurwetgeving — ze behoort tot het gemeen verbintenissenrecht (Burgerlijk Wetboek). De verhuurder kan ze vragen als aanvulling op de huurwaarborg, maar kan ze niet opleggen in de plaats ervan.
Omvang. De borgstelling dekt in principe alle verschuldigde bedragen: huurprijs, lasten, huurschade, verbrekingsvergoedingen. De borg kan zijn verbintenis echter beperken in de tijd (bv. de eerste 3 jaar) of in het bedrag (bv. maximaal 6 maanden huur).
Concreet voorbeeld
Thibault, student zonder inkomsten, huurt een kot in Leuven. De verhuurder vraagt naast de huurwaarborg van 2 maanden een hoofdelijke borgstelling van een ouder. Thibaults vader tekent een borgstellingsakte voor maximaal 3 000 EUR over de duur van de studentenhuurovereenkomst. Als Thibault 2 maanden huurachterstand accumuleert, kan de verhuurder de betaling rechtstreeks van de vader vorderen.