De berekeningsregel voor de opzegtermijn
De opzegtermijn begint op de 1e dag van de maand volgend op de ontvangst van de aangetekende brief. De ontvangst wordt verondersteld op de 3e werkdag na verzending.
Artikel 3, §5 van de woninghuurwet van 20 februari 1991 bepaalt de regel: de opzegging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin ze wordt gegeven.
| Element | Detail |
|---|---|
| Verzending aangetekende brief | Datum op het ontvangstbewijs van bpost |
| Veronderstelde ontvangst | 3e werkdag na verzending |
| Begin opzegtermijn | 1e dag van de volgende maand |
| Einde opzegtermijn | Laatste dag van de 3e maand |
Concrete voorbeelden
Aangetekende brief verzonden op 10 januari 2026. Veronderstelde ontvangst: 13 januari. De opzegtermijn loopt van 1 februari tot 30 april 2026.
Aangetekende brief verzonden op 28 maart 2026. Veronderstelde ontvangst: 31 maart. De opzegtermijn loopt van 1 april tot 30 juni 2026.
| Verzenddatum | Veronderstelde ontvangst | Begin opzegtermijn | Einde opzegtermijn |
|---|---|---|---|
| 5 januari | 8 januari | 1 februari | 30 april |
| 15 februari | 18 februari | 1 maart | 31 mei |
| 28 juni | 1 juli | 1 augustus | 31 oktober |
Veelgemaakte fouten
- Rekenen vanaf de verzending: de opzegtermijn loopt vanaf de ontvangst, niet vanaf de verzending
- Werkdagen vergeten: zaterdagen, zondagen en feestdagen tellen niet mee bij de 3 werkdagen
- Kalendermaanden verwarren: de opzegtermijn eindigt altijd op de laatste dag van de kalendermaand
Als de aangetekende brief niet wordt afgehaald door de bestemmeling, wordt hij toch geacht ontvangen te zijn op de 3e werkdag na de eerste aanbieding.
Om zeker te zijn dat de opzegtermijn ingaat op de 1e van de gewenste maand, verstuur de aangetekende brief minstens 7 dagen voor het einde van de vorige maand.
Regionale bijzonderheden
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De ordonnantie van 27 juli 2017 hanteert dezelfde berekeningsregel.
Waals Gewest
Het decreet van 15 maart 2018 bevestigt dezelfde berekeningswijze.
Vlaams Gewest
Het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018 voorziet een identieke berekening.
Woninghuurwet van 20 februari 1991, art. 3 §5 — Tekst op Justel.