Echtscheiding is geen wettelijk motief voor opzegging
Echtscheiding of scheiding is geen wettelijk motief voor vervroegde opzegging van het huurcontract. De klassieke regels zijn van toepassing: opzegtermijn van 3 maanden en degressieve vergoeding. Beide ondertekenaars blijven hoofdelijk gehouden tot betaling van de huur zolang geen addendum met de verhuurder is ondertekend. De rechter kan het huurcontract echter toewijzen aan een van de ex-partners.
In het Belgisch recht is het huurcontract een overeenkomst die de ondertekenaars bindt aan de verhuurder. Een gebeurtenis uit het priveleven van de huurders (echtscheiding, scheiding, professionele verhuizing) tast de contractuele verplichtingen niet aan. De verhuurder hoeft de gevolgen van de persoonlijke situatie van zijn huurders niet te dragen.
Concreet, als een koppel samen een huurcontract ondertekent en daarna uit elkaar gaat, doen zich drie situaties voor:
- Beide partners willen de woning verlaten: zij zeggen samen op volgens de klassieke regels
- Een partner wil blijven: een addendum bij het huurcontract is nodig met akkoord van de verhuurder
- Geen akkoord: de familierechtbank of de vrederechter beslist
Hoofdelijkheid tussen huurders na de scheiding
Wanneer beide partners het huurcontract hebben ondertekend, zijn zij in principe hoofdelijk verantwoordelijk voor de huur en de kosten. Deze hoofdelijkheid verdwijnt niet automatisch bij scheiding:
| Situatie | Hoofdelijkheid | Huur verschuldigd | Door wie |
|---|---|---|---|
| Gehuwd koppel, contract door beiden ondertekend | Ja (wettelijk) | Volledig door elk van beiden | Tot de overschrijving van de echtscheiding |
| Wettelijk samenwonenden, contract door beiden ondertekend | Ja (wettelijk) | Volledig door elk van beiden | Tot de stopzetting van samenwoning |
| Medehuurders met solidariteitsclausule | Ja (contractueel) | Volledig door elk van beiden | Tot het addendum |
| Contract door slechts een partner ondertekend | Nee | Door de ondertekenaar alleen | De niet-ondertekenaar is niet gebonden |
Voor gehuwde koppels: zelfs als slechts een echtgenoot het huurcontract heeft ondertekend, wordt de andere als medehuurder beschouwd krachtens artikel 215 van het Burgerlijk Wetboek (bescherming van de gezinswoning). De hoofdelijkheid is wettelijk en eindigt pas bij de overschrijving van de echtscheiding.
Voor wettelijk samenwonenden: de bescherming van de gezinswoning is eveneens van toepassing. De stopzetting van de wettelijke samenwoning maakt een einde aan deze bescherming.
Neem bij scheiding snel contact op met uw verhuurder om een addendum bij het huurcontract te onderhandelen. Als een partner wil blijven, moet het addendum de andere van zijn verplichtingen ontslaan en eventueel de huurwaarborg aanpassen. Gebruik BailBelgique om een conform addendum te genereren.
Toewijzing van het huurcontract door de rechter
Bij onenigheid tussen de ex-partners kan de rechter tussenkomen:
De familierechtbank kan, in het kader van de echtscheidings- of scheidingsprocedure, het genot van de gezinswoning aan een van de partners toewijzen. Deze beslissing is voorlopig (dringende en voorlopige maatregelen) of definitief (in het echtscheidingsvonnis).
De vrederechter kan tussenkomen als het geschil betrekking heeft op de uitvoering van het huurcontract zelf (huurachterstand, beschadigingen). Hij kan ook een geschil tussen ongehuwde medehuurders beslechten.
Gevolgen van de rechterlijke toewijzing:
- De aangewezen partner blijft in de woning en blijft de huur betalen
- De andere partner wordt bevrijd van zijn verplichtingen als de rechter dit uitdrukkelijk voorziet
- De verhuurder moet van de beslissing in kennis worden gesteld (kennisgeving van het vonnis)
- Een addendum bij het huurcontract is aanbevolen om de situatie te formaliseren
Zolang er geen rechterlijke beslissing noch addendum bij het huurcontract is ondertekend, blijven beide huurders hoofdelijk gehouden tot betaling van de huur. De partner die de woning heeft verlaten kan door de verhuurder worden vervolgd voor de onbetaalde huurprijzen, zelfs als hij of zij de woning niet meer bewoont. Bescherm uzelf door de situatie snel te formaliseren.
Regionale bijzonderheden
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De ordonnantie van 27 juli 2017 bevat geen specifieke bepaling voor de scheiding van huurders. De bescherming van de gezinswoning (art. 215 Burgerlijk Wetboek) is volledig van toepassing. De familierechtbank van Brussel behandelt de verzoeken tot toewijzing van het huurcontract in het kader van dringende maatregelen.
Waals Gewest
Het decreet van 15 maart 2018 bevat geen specifieke bepaling over scheiding. De federale regels betreffende de bescherming van de gezinswoning zijn van toepassing. Het Waals decreet voorziet wel dat de gezinssamenstelling van de huurder aan de verhuurder moet worden meegedeeld.
Vlaams Gewest
Het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018 behandelt de scheiding van huurders niet specifiek. Vlaanderen past de federale regels betreffende de bescherming van de gezinswoning toe. Bij wettelijke samenwoning moet de stopzetting worden aangegeven bij de gemeente.
Burgerlijk Wetboek, art. 215 (bescherming van de gezinswoning) en art. 1134 (bindende kracht van overeenkomsten) — Tekst op Justel. Wet van 20 februari 1991, art. 3 (opzegging van het huurcontract voor hoofdverblijfplaats).